GGD

Onderzoeken 4-12 jaar (basisonderwijs)

 

Preventief Gezondheidsonderzoek 5-jarigen

Alle ca. 5-jarige basisschoolleerlingen worden door de jeugdarts en jeugdartsassistente onderzocht. Het kind wordt samen met de ouder (of verzorger) hiervoor uitgenodigd op een GGD-servicepunt. Tijdens dit onderzoek wordt nagegaan of het kind gezond is, hoe het zich ontwikkeld en of het zich prettig voelt. Het kind wordt wordt ook lichamelijk onderzocht; ogen en oren worden nagekeken, gewicht en lengte worden bepaald en wordt een motorisch onderzoek verricht. De jeugdarts houdt, voor zover dat voor het kind van belang is, een voorbespreking en nabespreking met de leerkracht. Dit om de schoolsisuatie van het kind goed in beeld te brengen. Mocht er vanuit de voorbespreking op school en/of het onderzoek door de jeugdartsassistente nog vragen zijn over de ontwikkeling en gezondheid van het kind dan volgt er een vervolgoproep bij de jeugdarts.

Preventief Gezondheidsonderzoek 10–jarigen

Op 10-jarige leeftijd worden de kinderen uitgenodigd voor een Preventief Gezondheidsonderzoek (PGO) bij de jeugdverpleegkundige. Het onderzoek vindt meestal plaats op school. Bij dit onderzoek ligt het accent op de sociaal-emotionele ontwikkeling van het kind. Gezondheidsaspecten die aan de orde komen liggen op het gebied van groei, psychosociaal functioneren en (experimenteer-)gedrag. Het onderzoek omvat onder meer:

  • problemen, klachten op medisch, psychosociaal gebied en opvoedingsvragen;
  • bespreken van onder andere eet-, slaapgewoonten, lichamelijke veranderingen, omgang met anderen, pesten en eenzaamheid;
  • beoordelen groei, registratie van lengte en gewicht en testen van houding.

Logopedische screening

Het is belangrijk vroegtijdig te ontdekken of een kind problemen heeft in zijn spraak/taalontwikkeling. Daarom onderzoekt de logopediste jaarlijks de kinderen van 4,9 - 5,9 jaar op spraak- en taalstoornissen. Er vindt een voorselectie plaats d.m.v. vragenlijsten, die ingevuld worden door de ouders en de leerkracht. Vinden de ouders en de leerkracht dat er geen problemen zijn met de uitspraak en/of taalontwikkeling van het kind, dan hoeft het kind niet verder onderzocht te worden. Indien er wel een logopedisch vervolgonderzoek nodig is vindt dit onderzoek plaats op school.